Gun jij ook ieder kind een gelijke kans op een goede toekomst?

Bekijk video

Wij willen bewustwording voor de ongelijke kansen in het onderwijs creëren.
Wij willen dat politici tijdens de kabinetsvorming gaan nadenken over het onderwijs voor kinderen die in armoede leven.
Wij willen dat het onderwijs gelijke kansen gaat bieden aan ieder kind. Dat wil jij toch ook?

Laat 1 + 1 weer 2 zijn

Je zou denken dat in een welvarend land als Nederland het onderwijs gelijke kansen biedt aan iedereen. Dit is jammer genoeg niet het geval. Juist de kinderen die dagelijks te maken hebben met armoede worden benadeeld in het huidige onderwijssysteem. Zij krijgen een lager schooladvies en eenmaal op de middelbare school wordt het minder vanzelfsprekend om door te stromen. Wij willen dat het onderwijs weer gelijke kansen creëert voor ieder kind.

  • 1 op de 8 kinderen groeit op in armoede.
  • 1 op de 10 kinderen krijgt een lager onderwijsadvies vanwege zijn financiële thuissituatie.
  • Sinds 2010 is het aantal minderjarige kinderen met risico op armoede gestegen met 34 %.

1 + 1 = 1,5

Hoewel het wel het uitgangspunt is, biedt het Nederlands onderwijs niet aan alle leerlingen gelijke kansen. Het Nederlands onderwijs is in theorie een meritocratie; een maatschappijmodel waarin de sociaaleconomische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar kunde en verdiensten. Het meritocratisch ideaal houdt ons voor dat verschillen ‘te rechtvaardigen’ zijn als zij het gevolg zijn van individuele verschillen in talenten en inzet. Als verschillen in kansen op welvaart en geluk van kinderen het gevolg zijn van bijvoorbeeld rijkdom of etnische achtergrond van ouders, dan vinden we dat een niet te rechtvaardigen ongelijkheid. Deze ongelijkheid is echter wel een dagelijkse realiteit.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek bevestigt dat schoolsuccessen ongelijk zijn verdeeld. Kinderen uit hogere sociaaleconomische milieus presteren beter, waardoor zij vaker in staat zijn hogere opleidingen te volgen en later meer kansen hebben op de arbeidsmarkt. In het basisonderwijs wordt gekeken naar de samenhang van ouderlijk inkomen met de toetsscores op de entreetoets voor taal, rekenen en informatieverwerking. Bij elke toets blijkt dat de resultaten van de kinderen beter zijn naarmate het inkomen van de ouders hoger is. Dit verschil is ook terug te zien in het advies voor het voortgezet onderwijs. Na controle van het intelligentieniveau, verkrijgen leerlingen met hoger opgeleide ouders een hoger advies dan leerlingen met lager opgeleide ouders. Dit betekent dat leerlingen met hoogopgeleide ouders op hogere onderwijsniveaus in het voortgezet onderwijs instromen dan leerlingen met laagopgeleide ouders. Leerlingen met hoogopgeleide ouders zitten relatief vaak in havo/vwo-brugklassen, terwijl de leerlingen met laagopgeleide ouders vaker terechtkomen in vmbo basis- of kaderklassen. Als we dit schooladvies over de jaren heen bezien, dan zijn leerlingen van sociaaleconomisch welvarende ouders nagenoeg gelijk geadviseerd, terwijl dat voor de andere inkomensgroepen over de jaren heen gedaald is. Het verschil tussen de rijkste en de armste 20 procent van de ouders is ongeveer 1/10 per onderwijstype gestegen. Dat wil zeggen dat gemiddeld 1 op de 10 leerlingen een niveau lager is geadviseerd. Het niveauverschil tussen de rijkste en armste 20 procent is daarmee de afgelopen jaren met ongeveer 10 procent toegenomen. De Onderwijsinspectie bevestigd in april 2016 dat deze onderwijsongelijkheid is toegenomen. Als we kijken naar de verdere schoolloopbaan van leerlingen dan kunnen we concluderen dat leerlingen met laagopgeleide ouders een grotere kans hebben om tot de groep ‘vertrokkenen’, dus voortijdig gestopt met school, te behoren in vergelijking met leerlingen met gemiddeld opgeleide ouders. Leerlingen met hoogopgeleide ouders behalen een significant hoger opleidingsniveau dan leerlingen met laagopgeleide ouders.

Van de leerlingen met hoogopgeleide ouders heeft de meerderheid een opleiding in het hoger onderwijs afgerond, terwijl de leerlingen met laagopgeleide ouders vaak een mbo-diploma op niveau 2, 3 of 4 hebben behaald.

Het Nederlandse onderwijsstelsel heeft een aantal kenmerken waarvan bekend is dat ze een groot risico op ongelijke kansen met zich meebrengen. Te denken valt aan de vrije schoolkeuze, de vroege selectie en de indeling in leerniveaus. Tegelijkertijd heeft het stelsel een aantal kenmerken die juist tegenwicht bieden. Juist deze kenmerken staan de laatste jaren onder druk en dat baart zorgen. Dat geldt met name voor het achterstandsbeleid. Het kabinet heeft plannen om meer dan 100 miljoen te bezuinigen op het budget voor achterstandsleerlingen. Daarnaast gaat tien miljoen euro achterstandsgeld, dat eerder naar de steden ging, voortaan naar kleinere gemeenten. Dit mag echter niet ten koste gaan van de bestrijding van deze problematiek in de stadswijken, waar deze groter en hardnekkiger is, zo blijkt uit de armoedecijfers van het CBS. Daarnaast wordt de knip tussen primair en voortgezet onderwijs harder. De veranderde rol van de CITO-eindtoets basisonderwijs spreekt vooral politiek gezien tot de verbeelding. Daarachter schuilen ingrijpender en langdurende ontwikkelingen, zoals de gestage afname van het aantal heterogene en verlengde brugklassen, en de gestage toename van het aantal categorale scholen. Zo lijkt er een opmars gaande van Lycea (havo & vwo), en aparte vmbo-tl scholen die de naam mavo voeren. Door deze ontwikkelingen nemen de mogelijkheden voor tussentijdse op- en afstroom af, en zijn er minder leerlingen die diploma’s stapelen. Anders gezegd: de krachten die tegenwicht boden worden zwakker waardoor het risico op ongelijke onderwijskansen groeit.

In het kielzog van het meritocratisch ideaal, fungeert het onderwijs meer dan ooit als maatschappelijke sorteermachine. Een hoger opleidingsniveau geeft maatschappelijk gezien meer mogelijkheden op allerlei zaken, waaronder werk, inkomenszekerheid, welvaart en een gezond leven. Het is dan ook logisch dat ouders hun kinderen graag een zo hoog mogelijke opleiding zien afronden, maar dit is, zoals eerder genoemd, niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Het bieden van gelijke kansen is een maatschappelijke opdracht aan het hele onderwijs. Het vraagt om herbezinning op de inrichting van ons onderwijsbestel. Hierover wordt al jaren gepraat, er wordt meer geld beschikbaar gesteld, maar echte verandering is er tot dusver weinig geboekt. Hiervoor willen wij, samen met u, aandacht vragen. Gunt u ook ieder kind een gelijke kans?

Teken de petitie

Deze mensen gingen je voor

Anoniem
Marcel Dol
Eelderwolde
Kirsten
Groningen
Sadiq
Eindhoven
Anoniem
Niels Geesing
Oxford, Verenigd Koninkrijk
Bea Boerlage
Amstelveen
Simone Duiker
GRONINGEN
Mathijs Akkerman
Drachten
Anoniem